Ga naar de inhoud

Wilde flora en fauna terug op buitenplaats

De leden van de Vereniging van Particuliere Historische Buitenplaatsen (VPHB) beheren in Nederland gezamenlijk ongeveer 100.000 hectare grond. Deze buitenplaatsen vormen een mozaïek van bossen, wateren en open velden, gekenmerkt door eeuwenoude lanen, stinzenplanten en vele (zeldzame) boomsoorten.

Ze bieden leefruimte aan een grote diversiteit dieren, waaronder reeën, boommarters, dassen, vleermuizen en talloze vogelsoorten. Bovendien worden waterpartijen en beken in ere hersteld. Samen zijn deze gebieden onmisbare ecologische rust- en leefgebieden.

World Wildlife Day

Op World Wildlife Day, dinsdag 3 maart, vragen buitenplaatseigenaren aandacht voor het belang van behoud en zorgvuldig beheer van deze bijzondere landschappen. Voor hen is natuur geen abstract ideaal, maar dagelijkse realiteit én verantwoordelijkheid. Hun buitenplaatsen zijn vaak al eeuwenlang leefgebied voor planten en dieren en verenigen natuur, landschap en cultuurhistorie tot levend erfgoed.

World Wildlife Day benadrukt de afhankelijkheid van biodiversiteit voor gezonde landschappen en laat zien dat juist op buitenplaatsen veel soorten nog een toevlucht vinden. Tegelijkertijd benadrukt deze dag het belang van langetermijnzorg: het zorgvuldig doorgeven van natuurwaarden aan volgende generaties.

Actieve inzet

Buitenplaatsen functioneren als ecologische rustgebieden in een steeds verder versnipperd landschap. Ze vormen verbindingszones tussen natuurgebieden en bieden bescherming aan kwetsbare en zeldzame soorten.

Daarmee spelen particuliere gronden een onmisbare rol in natuurbescherming. Het vraagt om actieve inzet en zorgvuldig beheer, dat zich steeds aanpast aan de nieuwe ontwikkelingen en bijdraagt aan maatschappelijke opgaven zoals biodiversiteitsherstel, klimaatadaptatie en leef-kwaliteit. World Wildlife Day is daarmee een moment van aandacht voor natuur en van verantwoording en bewustwording richting samenleving en beleid.

Voerheggen

“Buitenplaatseigenaren herstellen het landschap. Niet uit nostalgie, maar vanuit huidige inzichten”, zegt VPHB-voorzitter Eugène van Bouwdijk Bastiaanse. “Recent voorbeeld is de samenwerking met een natuurinclusieve melkveehouderij. Het perceel was jarenlang in gebruik als intensief akkerland, volgens de gangbare praktijk van destijds. Nu passen we een andere aanpak toe, afgestemd op de huidige kennis over bodemkwaliteit, biodiversiteit en klimaat. Het perceel is omgevormd tot kruidenrijk grasland en wordt begraasd door koeien. Zo versterken we het bodemleven, vergroten we de soortenrijkdom en verbeteren we de waterhuishouding. De voerheggen bieden voedsel en schuilgelegenheid voor insecten, vogels en kleine zoogdieren, terwijl koeien de grasmat op natuurlijke wijze onderhouden en van de heggen eten. Zo brengen we biodiversiteit, landschap en landbouw opnieuw in samenhang”.

Erfgoedbiotopen als fundament

Kastelen, buitenplaatsen en landgoederen zijn al eeuwen dragers van het Nederlandse landschap. Hun lanen, waterpartijen en open ruimtes verbinden cultuurhistorie met een rijke biodiversiteit. Tegelijk staan deze erfgoedlandschappen onder druk door verstedelijking en ruimtelijke ontwikkelingen.

Door nieuwe kennis over ecologie, klimaat en duurzaam beheer te omarmen, passen buitenplaatsen zich volgens de VPHB aan aan de tijd. “Juist daarom is blijvende bescherming én toekomstgericht beheer essentieel”, vindt de vereniging.

Foto: Ridderhofstad Den Ham.