Ga naar de inhoud

Vier cultuurfondsen luiden de noodklok

Vier toonaangevende cultuurfondsen luiden de noodklok over uitblijvende overheidsplannen en investeringen in de culturele sector. De private fondsen dringen er bij de leiders van D66, CDA en VVD op aan dat de rijksbijdrage aan kunst en cultuur met 250 miljoen euro per jaar wordt verhoogd en dat fiscale regelingen behouden blijven.

“Wie de democratie wil beschermen, investeert in cultuur. Het is niet voor niets dat autocratische regimes beginnen met het inperken van culturele vrijheid”, zeggen de fondsen in hun oproep. Het gaat om het Cultuurfonds, Fonds21, het VSBfonds en de VandenEnde Foundation.

Budget gedaald

In hun brief aan de politieke partijen maken ze duidelijk dat het cultuurbudget van de overheid is gedaald van 0,47 procent van de rijksbegroting in 2005 naar 0,35 procent in 2025. Hierdoor is voor de cultuursector jaarlijks 500 miljoen minder publiek geld beschikbaar.

“Er vindt in de sector een enorme, structurele kaalslag plaats. Die 250 miljoen is eigenlijk een doekje voor het bloeden: een minimale, noodzakelijke investering van de overheid. Er is meer nodig”, zegt Cathelijne Broers, directeur van het Cultuurfonds. Daarom pleiten de vier onder andere ook voor behoud van de Geefwet en gunstige fiscale maatregelen die doneren aan cultuur door particulieren stimuleren.

Sneeuwbaleffect

Het Cultuurfonds, Fonds21, het VSBfonds en de VandenEnde Foundation investeren jaarlijks gezamenlijk circa 100 miljoen euro aan particulier geld in de cultuursector. De directeuren betogen met klem dat overheidssubsidies noodzakelijk zijn en voor een sneeuwbaleffect kunnen zorgen. Broers: “Overheidssubsidies en het geld vanuit onze fondsen versterken elkaar; samen zorgen we ervoor dat zowel makers als culturele instellingen bloeien. Het culturele fundament blijft een taak van de overheid. De geldstroom vanuit de private fondsen is aanvullend bedoeld en kan én mag nooit veranderen in een geldstroom die overheidssubsidies vervangt. Wij zijn er voor de vernieuwing en het bereiken van brede doelgroepen”.

Cultuur niet op de agenda

Cultuur is tot dusver volgens de fondsen in de formatie niet aan bod gekomen. In hun brief aan Rob Jetten (D66), Henri Bontenbal (CDA) en Dilan Yeşilgöz (VVD) worden hierover grote zorgen uitgesproken. “Zonder structurele aandacht en investeringen vanuit de politiek dreigt de cultuursector steeds verder te verzwakken”.

Recent onderzoek, in opdracht van de Raad voor Cultuur, toont aan dat de Nederlandse samenleving een financieel stabiele en weerbare cultuursector nodig heeft, onder meer voor vernieuwing en maatschappelijke verbinding. De fondsen verzoeken de formerende partijen om cultuur binnen het gezondheidsbeleid te integreren, omdat ‘cultuur bijdraagt aan preventie, verlichting bij ziekte en mentale veerkracht’. Broers: “Onderschat niet de maatschappelijke waarde van kunst en cultuur. Het brengt mensen samen, zet aan tot kritisch denken en heeft een positieve invloed op de gezondheid. Daar moeten we juist in investeren in plaats van op bezuinigen”.

Zet woorden om in daden

VVD, CDA en vooral D66 benadrukken in hun verkiezingsprogramma’s het belang van cultuur voor de samenleving, verklaart Broers. “Deze brief dient als wake-up call. Het is tijd om woorden om te zetten in concrete daden. Het is onverteerbaar dat de waarde van kunst en cultuur tot nu toe compleet wordt genegeerd. We vragen de politiek leiders om cultuur een volwaardige plek te geven in het regeerakkoord”.

Concrete voorstellen

  • Stop de bezuinigingen op cultuur en verhoog de rijksbijdrage met 250 miljoen euro per jaar;
  • Behoud de Geefwet en gunstige fiscale maatregelen;
  • Integreer cultuur binnen het gezondheidsbeleid, omdat cultuur bijdraagt aan preventie, verlichting bij ziekte en mentale veerkracht;
  • Leg loonprijsbijstelling vast en sta opbouw van weerstandsvermogen toe.

De brief is ondertekend door Cathelijne Broers (het Cultuurfonds), Henk Christophersen (Fonds21), Ronald Ockhuysen (VandenEnde Foundation) en Bernt Schneiders (VSBfonds).

Foto: Directeur Cathelijne Broers van het Cultuurfonds.