Veel mensen kennen Delfts Blauw. In de 18e eeuw werd ook in Amsterdam dit soort aardewerk gemaakt. De ambitieuze ondernemer Arie Blankers produceerde in zijn fabriek Blankenburg aan de Overtoom alledaags servies en siervoorwerpen. Topstukken uit de fabriek behoren tot de collectie van het Rijksmuseum.
Bij de sloop van het pand in 1970 vonden archeologen veel misbaksels van dit aardewerk: aan elkaar gebakken voorwerpen, ongeglazuurde halffabricaten en eindproducten van de fabriek. Sommige stukken waren gemerkt met de letters AB, de intialen van Arie Blankers.
Na onderzoek toont Bureau Monumenten en Archeologie deze vergeten Amsterdamse aardewerkgeschiedenis nu voor het eerst. De gratis te bezoeken tentoonstelling Amsterdams Blauw: van misbaksels tot topstukken is van 10 oktober tot en met 1 november te zien in de hal van het Stadsarchief. Ook zijn er een workshop, lezingen en een meet and greet.
Fabriek
Het verhaal van Amsterdams Blauw begint als gezegd bij zeilmaker Arie Blankers (1707-1787). Hij bouwde op nummer 295 op de Overtoom een schouwburg. In de zomer van 1754 ging het houten theater in vlammen op. Blankers gooide het over een andere boeg en zette op de plek van het afgebrande theater de ‘Porceleyn of Delfschaardewerkfabriek Blankenburg’ neer.
Meer info op www.amsterdam.nl/Amsterdamsblauw
Foto: Opgraving van de misbaksels na de sloop van de fabriek in 1970 (foto Bureau Monumenten en Archeologie).