Lang werd aangenomen dat bij Burgzand Noord 3 (BZN 3), nabij Texel, sprake was van één scheepswrak, uit nader onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) blijkt dat het om twee scheepswrakken gaat, die deels op elkaar liggen. Het wrak werd de afgelopen zes weken onderzocht door maritiem archeologen en studenten.
Achtergrond
Het scheepswrak Burgzand Noord 3 (BZN 3) werd in 1985 bij toeval aangetroffen door een garnalenvisser. Na de vondst van bronzen kanonnen en munten werd vermoed dat het wrak VOC-schip de Rob zou zijn, dat in 1640 verging en meevocht in de Slag bij Duins (1639) tegen de tweede Spaanse Armada.
Omdat tijdens de ontdekking van BZN 3 al opgravingen werden uitgevoerd op de scheepswrakken Aanloop Molengat en Scheurrak SO1 was er geen tijd om deze nieuwe ontdekking ook op te graven. Daarom koos men ervoor dit wrak te behouden voor de toekomst en af te dekken met 5.000 zandzakken. Gedurende de decennia daarna verdiepte de zeebodem ruim twee meter, waardoor steeds meer constructie vrijkwam die niet goed op elkaar bleek aan te sluiten. Vorig jaar werd vastgesteld dat de afdekking deels hersteld moest worden, wat de kans bood om openstaande vragen te beantwoorden.
Twee scheepswrakken
Na zes weken duikend onderzoek en vier gegraven putten blijkt dat niet één, maar twee wrakken naast en deels op elkaar liggen. Het oostelijke wrak is mogelijk de Rob; het schip waar de bronzen kanonnen van af komen.
Van het westelijke wrak was tot dit onderzoek qua herkomst of datering niets bekend. Opvallend aan dit wrak is een dubbele ‘dubbeling’: twee lagen naaldhout tegen de eikenhouten huid, waarschijnlijk als bescherming tegen paalworm of als extra oorlogsbescherming.
Er zijn veel dendromonsters genomen om de bouwdatum en herkomst van het hout van beide wrakken te achterhalen, maar verder kan nog weinig met zekerheid gezegd worden. Ook is geen extra bevestiging gevonden of het oostelijke wrak daadwerkelijk de Rob is. Beide wrakken zijn inmiddels weer afgedekt.
Vondsten
In het voorschip van het westelijk wrak werd een grote hoeveelheid touw en blokken aangetroffen. Dit was dan ook de ruimte waar de reserve-onderdelen voor de tuigage werden opgeslagen. De onderzoekers hebben slechts enkele vondsten geborgen, waaronder een ongebruikt, puntgaaf blok.
In het oostelijke wrak is een kistplank gevonden waarop mogelijk initialen zijn ingebrand, die later weer zijn weggekrast. Door deze initialen in het archief op te zoeken, kan de handelaar misschien worden achterhaald, en daarmee het wrak worden geïdentificeerd.
In het oostelijke wrak is ook een keramieken veldfles gevonden, afkomstig uit West-Frankrijk.
Bezoek
Tijdens het onderzoek kwam Jelle Beemsterboer (gedeputeerde cultureel erfgoed Noord-Holland) op bezoek op het RCE-onderzoeksschip. De bestuurder werd rondgeleid en bijgepraat door projectleider Thijs Coenen en Aant Jelle Soepboer, programmaleider Programma Impuls Maritieme Archeologie. De samenwerking tussen gemeente, provincie en rijk is volgens betrokkenen essentieel voor de bescherming van het kwetsbare onderwatererfgoed.
Programmaleider Soepboer: “De komende zal in het kader van de Impuls Maritieme Archeologie het veldwerk worden geïntensiveerd en zal er nog veel in de Waddenzee, maar ook in de rest van Nederland, worden gedoken”.
Foto boven: Een duiker springt het water in.
Tweede foto: Veldfles van keramiek uit West-Frankrijk gevonden in BZN 3.
Foto onder: Duiker plaatst het steigergaas.