Bij een zandwinningsproject in een oude rivierbedding van de Maas zijn lange, gekante eikenhouten palen uit laat-Romeinse tijd gevonden. De palen lagen vlakbij restanten van een Romeins wegdek op de plek waar in de vroege Middeleeuwen een landweg liep. Na onderzoek in opdracht van de provincie Gelderland concluderen archeologen dat de palen waarschijnlijk een Romeinse brug vormden.
Een en ander betekent dat de Romeinen niet alleen wegen bouwden naar Maastricht en Nijmegen, maar ook investeerden in een Maas‑Waalroute.
400.000 vondsten
Bij het zandwinningsproject Over de Maas bij Dreumel hebben vrijwilligers en archeologen sinds 2010 al 400.000 Romeinse en prehistorische vondsten gedaan, zoals een mammoetkies, kanonskogel, tufsteen, speerpunten, zwaarden, boten en vaatwerk.
Nu blijkt dat er ook vier bijzondere palen uit het water zijn gehaald. De langste werd in 2018 gevonden, is 30-40 centimeter dik en was minimaal 11,5 meter lang. Waarschijnlijk was deze paal meer dan 13 meter lang – het laatste, puntige deel zit nog in de grond.
Dendrochronologisch onderzoek liet vorig jaar zien dat het hout uit 363 na Christus stamt, de Laat‑Romeinse periode. De provincie Gelderland, eigenaar van de archeologische vondsten, heeft bureau Vos Archeo vervolgens opdracht gegeven onderzoek te doen naar de betekenis van deze palen.
Het rapport van het bureau is deze maand (mei 2026) opgeleverd. Archeoloog Wouter Vos concludeert daarin dat de palen onderdeel waren van een aanmeerpaal, steiger of brugconstructie. De palen zijn aan de zijkant recht gemaakt, en sporen van houtwormen duiden erop dat de paal niet helemaal onderwater stond. “De positie in het water, de aanzienlijke lengte van een van de palen, en duidelijke parallellen met vergelijkbare vondsten bij Cuijk maken dat we waarschijnlijk te maken hebben met een brugconstructie”.
Resten Romeins wegdek
Die brug zou liggen tussen het huidige Gelderse Moordhuizen en het Brabantse Lith. Het vermoeden van een Romeinse brug wordt versterkt door de locatie en andere vondsten. De palen zijn gevonden op de plek waar de rivier in die tijd het smalst was. Aan de noordoever zijn eerder resten gevonden van een Romeins wegdek. Bovendien spraken historici al langer over een oude weg tussen Alem en Lith die teruggaat tot vóór de middeleeuwen.
In de laat-Romeinse tijd stroomde er soms zelfs zoveel water door de Waal en Maas dat die landroute van Nijmegen naar het westen onbegaanbaar werd. Een omleiding via een Maasoversteek zou logisch zijn, waarbij de weg vervolgens richting westen naar Alem gaat.
Strategisch belang Rivierenland
De vermoedelijke brug versterkt het idee van een Romeinse landroute in Rivierenland. Volgens gedeputeerde Peter Drenth van de provincie Gelderland investeerden de Romeinen in de vierde eeuw kennelijk niet alleen in infrastructuur in Cuijk en Maastricht maar ook in het land van Maas en Waal. “We zien dat de regio rivierenland strategisch belangrijk bleef, vanaf de ijzertijd tot aan de middeleeuwen. Deze vondsten vertellen ons dus veel over de rijke geschiedenis van Gelderland”.
De geborgen palen zijn sterk aangetast en kunnen naar verwachting niet meer worden geconserveerd. Waarschijnlijk zijn er nog wel goed bewaarde resten in de bodem aanwezig, vooral aan de noordoever van de huidige plas. Daarom houdt de provincie Gelderland bij toekomstige ontwikkelingen rekening met aanvullend archeologisch onderzoek.
Foto boven: De langste paal is met forse kracht door een machine uit de oude rivierbedding van de Maas getrokken, waarbij de paal in stukken is gebroken. Het onderste deel zit nog in de bodem.
Foto onder: Impressie van hoe de Romeinse brug eruit zou kunnen hebben gezien. Op dezelfde plek zijn ook boten uit de laat-Romeinse tijd gevonden.