Een schouderjuk, een vlasbindbok, een unster, een aardkar, een glasklok, een harkkeerder, een paardenschoen. Plus nog 507 van dergelijke woorden staan in de zogenoemde thesaurus roerend agrarisch erfgoed. Sinds januari valt dit woordenboek via de website termennetwerk.nl in te zien.
Deze nieuwe terminologiebron legt een belangrijke basis voor behoud van historische landbouwgereedschappen en -werktuigen. De thesaurus biedt een gezamenlijke taal voor collectiebeheerders. Waar mogelijk zijn ook regionale benamingen meegenomen.
Hierdoor kunnen verzamelingen eenduidig worden vastgelegd en digitaal met elkaar worden verbonden, ook over de grenzen van musea heen.
Initiatief
Het initiatief komt van het Netwerk Landbouwcollecties, een samenwerking tussen onder meer de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de stichting Erfgoed Gelderland. Roerend agrarisch erfgoed laat zien hoe de landbouw zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Veel van dit erfgoed verkeert in kwetsbare staat en bevindt zich verspreid over musea, heemkundekringen en particuliere verzamelingen. Eenduidige registratie is daarom behulpzaam om zowel de museale voorwerpen als de bijbehorende kennis te behouden.
Foto: Een boerenwagen, een driewielkar en landbouwmachines uit de periode 1850-1945 (foto Kim Kok).\